In 1969 begint het koninklijk paleis in Antwerpen aan een nieuw hoofdstuk in zijn geschiedenis. Op 19 december van dat jaar draagt koning Boudewijn het gebouw over aan het Ministerie van Nederlandse Cultuur. Die beslist er een Internationaal Cultureel Centrum (ICC) in onder te brengen. De eerste tentoonstelling die er plaatsvindt, het volgend jaar al, behandelt de bouwer en bewoners van het Koninklijk Paleis.
Door zijn nieuwe functie zal het Koninklijk Paleis jarenlang bekendstaan als Internationaal Cultureel Centrum of ‘het ICC’. Bovendien is het ICC de eerste officiële instelling voor actuele kunst in Vlaanderen.
Het historische meubilair wordt via bruiklenen uit het paleis verwijderd. Deze bruiklenen komen de directie van het ICC goed uit, omdat ze het internationale karakter van de werking bij voorkeur invult met baanbrekende avant-gardeprojecten.
Het ICC brengt het brede publiek voor het eerst in contact met experimentele ontwikkelingen als fundamentele schilderkunst, conceptuele kunst, installatie, video en performance. Een cruciaal project is ‘Office Baroque’ (1977) van Gordon Matta-Clark, dat mee aan de basis ligt van de huidige M HKA-collectie. De opstellingen zijn niet altijd verzoenbaar met de aanwezigheid van het kwetsbare historische meubilair…
Na de opening van het Museum van Hedendaagse Kunst (M HKA) in 1987 wordt het ICC vanaf 1990 ondergebracht bij de werking van het KMSKA. In 1998 wordt het ICC definitief gesloten.